Ding 23: Evaluatie
Inleiding
Geweldig, je hebt het gehaald! Je hebt 23 Dingen bestudeerd: je hebt eraan geroken, geproefd en misschien ook wel er een lekker gerecht mee klaar gemaakt. We zijn natuurlijk heel benieuwd hoe je de Dingen bevallen zijn. Waren ze lekker, wilde je ze puur of heb je ze met andere dingen gecombineerd? En wat vonden je leerlingen van de dingen? Beviel het ze, wat je ze voorzette? In dit laatste Ding gaan we in op het waarom van deze cursus: waarom is het belangrijk dat leerlingen werken met deze en misschien ook nog heel andere Dingen, en op je eigen professionalisering: op welke manier leer jij het beste en wat zijn je professionaliseringsplannen voor de toekomst?
23 Dingen in het onderwijs
In het onderwijs is de laatste jaren de visie op wat leerlingen moeten kennen en kunnen met moderne media veranderd. Aanvankelijk was er – binnen het vak informatiekunde – vooral aandacht voor het leren werken met de computer in het algemeen en tekstverwerker, spreadsheet en diapresentatiesoftware in het bijzonder. Eind vorige eeuw kwam daarbij het leren zoeken en beoordelen van informatie op internet en de laatste jaren wordt op veel scholen ook aandacht besteed aan zaken als cyberpesten en veilig internetgebruik.
Ook op het niveau van de overheid kwamen nieuwe inzichten. In 1996 publiceerde de Raad voor Cultuur het ‘Advies Media-educatie’ uit. In dit advies werd een pleidooi gehouden voor de integratie van media-educatie (computer- en informatievaardigheden) in het curriculum van het voortgezet onderwijs. Negen jaar later, in 2005, werd een nieuw rapport geschreven. In dit rapport werd afgestapt van het begrip media-educatie en werd het begrip mediawijsheid geïntroduceerd: ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’. Een belangrijke reden om het begrip media-educatie te verbreden naar mediawijsheid was dat de Raad voor Cultuur van mening was dat het doel en de noodzaak van mediawijsheid niet ligt in de omgang met de media zelf, maar in het kunnen participeren in het maatschappelijk proces.
In EU-verband is onderzoek gedaan naar kansen en bedreigingen op het gebied van het gebruik van elektronische media zoals internet en mobiele telefoon. Onderstaand schema komt uit het EU Kids Online Final Report (juni, 2009). Als je op het plaatje klikt, krijg je het in groot formaat te zien.
.
Je ziet dat in dit document internetgebruik onderverdeeld wordt in content, conduct en contact. Content gaat over de inhoud van het net, de informatie die je er kunt vinden. Conduct gaat over wat je kunt doen op internet: spelletjes doen en/of leren, iets maken of bewerken en laten zien wie je bent en waar je voor staat. Contact, ten slotte, gaat over het contact leggen met anderen, zowel positief als negatief. Hieronder een paar voorbeelden van het belang van die verschillende elementen in ons dagelijks bestaan.
Content: een aantal jaren geleden bleek uit onderzoek van IDC en de Delphi Research Group dat werknemers bijna een kwart van hun dag besteden aan het speuren naar informatie op het bedrijfsnetwerk en dat ze desondanks maar zelden vinden wat ze zoeken. De verloren uren kosten het bedrijfsleven miljarden, zo blijkt.
Contact: in maart 2009 verstuurde iemand die net had gesolliciteerd bij het bedrijf Cisco het volgende twitterberichtje:
Cisco just offered me a job! Now I have to weigh the utility of a fatty paycheck against the daily commute to San Jose and hating the work.
Helaas voor hem las een Cisco-werknemer zijn berichtje en reageerde direct:
Who is the hiring manager. I’m sure they would love to know that you will hate the work….
. Het resultaat was – uiteraard – dat de baan hem toch werd geweigerd.
Conduct. Esmée Denters, een Nederlandse zangeres, is bekend geworden dankzij YouTube.
Dat het hebben van een groot netwerk nuttig kan zijn, bewees John McCain. Hij wist voor zijn presidentscampagne 11 miljoen dollar binnen te halen door een beroep te doen op een aantal geldgevers. Obama versloeg hem: hij haalde in diezelfde periode maar liefst 55 miljoen dollar op, vooral door slim gebruik te maken van de sociale netwerken. Meer dan 90% van zijn 1.276.000 schenkers deden giften onder de 200 dollar.
Opdrachten
In dit laatste Ding vragen we jullie terug te blikken op de cursus en daarover een blogpost te schrijven.
- Heeft het je opgeleverd wat je ervan had verwacht?
- Wat heb je verwerkt in je lessen en wat zou je nog willen gaan verwerken?
- Welke problemen ben je tegengekomen bij het werken met de Dingen? En wat bij het gebruik van de Dingen in je lessen?
- Waar zou je je nu verder in willen verdiepen?
Verdiepingsoefeningen
- Kijk ook eens terug op de manier waarop je hebt geleerd. Voel je je thuis bij deze aanpak, waarbij je de content via het web aangereikt krijgt? Vond je de ondersteuning die je kreeg voldoende, of vind je meer of minder ondersteuning prettiger? Wil je die ondersteuning dan in real life of vind je het prettiger om die via de mail of je blog te krijgen? Vind je het prettig om wat je leert zichtbaar te maken voor anderen via het web?
- Leren is een ‘ongoing business’: als docent moet je de ontwikkelingen op je eigen vakgebied en op het gebied van didactiek bijhouden, en je zult op de hoogte moeten blijven van de ontwikkelingen in de beroepen en studies waar je leerlingen straks terecht komen en van de ontwikkelingen in de maatschappij. Je hebt net nagedacht over wat jouw leerstijl is. Schrijf nu een stukje over hoe je je in de toekomst verder wilt professionaliseren, en hoe die aanpak aansluit bij je eigen leerstijl.
Achtergrondinformatie/links
