Ding 22: ELO’s
Inleiding
Steeds meer scholen hebben een elektronische of digitale leeromgeving (ELO of DLO). In die leeromgeving worden de digitale leermaterialen aangeboden, maar vaak zijn er ook allerlei extra gereedschappen te vinden, zoals een forum, een mailfaciliteit en de mogelijkheid om een poll te houden. Daarnaast zijn er in die leeromgeving vaak allerlei gereedschappen voor de organisatie van het onderwijs: een rooster, de cijfers van de leerlingen enz. Die gereedschappen blijven in dit Ding buiten beeld: we gaan het hier hebben over de web 2.0-mogelijkheden die tegenwoordig te vinden zijn in veel leeromgeving.
ELO’s in het onderwijs
We hebben in ding 1 tot en met 21 allerlei tools behandeld die gebruikt kunnen worden in het onderwijs. Veel ELO’s bieden soortgelijke mogelijkheden, of ze bieden de mogelijkheid om bestaande web 2.0 tools te embedden in de ELO. Het voordeel daarvan is dat leerlingen niet steeds weer een nieuw account hoeven aan te maken en dat de omgeving veilig en vertrouwd is: de school bepaalt wie wel en wie geen toegang heeft tot de ELO. Dat laatste kan natuurlijk ook een nadeel zijn: sommige leerlingen vinden het geweldig als hun producten voor iedereen zichtbaar zijn op het web; anderen vinden dat juist heel vervelend. Publiceren op het web is voor hen een belemmering. Je zult dus als docent steeds moeten kiezen of je gebruik maakt van web 2.0 tools of van – soortgelijke – tools in de ELO. Daarbij moet je de volgende zaken meenemen in je overwegingen:
- Welke tool biedt de beste mogelijkheden voor het onderwijsdoel dat je nastreeft? Een wiki in een ELO, bijvoorbeeld, biedt vaak niet dezelfde mogelijkheden als een web 2.0 wiki. Soms mist de mogelijkheid om de geschiedenis van een pagina te bekijken, en dat kan wel heel handig zijn om inzicht te krijgen in wat de leerlingen individueel hebben gedaan.
- Welke omgeving is voor jou en je leerlingen het prettigst in het gebruik?
- Welke omgeving sluit het beste aan bij de leervoorkeuren van je leerlingen?
- Kan je de omgeving beveiligen op het door jou gewenste niveau: alleen toegankelijk voor leerlingen, voor leerlingen en ouders, voor de hele wereld?
- Welke gegevens moeten leerlingen achterlaten bij het maken van een account buiten de ELO?
- Is het werken met een tool buiten de ELO beheersbaar voor jou? Als je zelf alle wachtwoorden van de leerlingen bij moet houden, dan kan dat heel veel extra organisatiewerk opleveren. Gelukkig bieden de meeste tools de mogelijkheid om een nieuw wachtwoord te genereren en die op te sturen via een tevoren opgegeven e-mailadres.
Tips voor gebruik in de les
- Wie werkt met web 2.0 tools, al dan niet binnen een ELO, doet er goed aan tevoren met de leerlingen afspraken te maken over hoe ze een account aan moeten maken. Maken ze gebruik van hun eigen naam of een nickname, moeten ze gebruik maken van hun schoolmailadres of een eigen e-mailadres? Hoe moeten ze omgaan met eventuele reacties van buitenstaanders? Wat mogen ze wel en wat mogen ze niet doen, met die tool?
- Bespreek ook met de leerlingen dat ze niet onderling hun gegevens moeten doorgeven. Het is heel vervelend als een ander iets publiceert onder jouw naam!
- Soms is het handig om de gegevens van de accounts van de leerlingen op te schrijven en te bewaren. Als een leerling zijn gegevens kwijt is, kan je hem via die lijst weer toegang geven tot zijn eigen account.
Beoordelingscriteria
Het werken in de ELO op zich zal als regel niet beoordeeld worden. Wel kan je met leerlingen bespreken wat zij vinden van het werken in de ELO: vinden ze de informatie die ze willen vinden, kunnen ze de contacten leggen die nuttig zijn voor hun onderwijs, vinden ze het prettig werken? Van welke web 2.0 tools maken ze gebruik buiten de ELO, en zouden ze die ook in de ELO terug willen vinden? Een gesprek hierover kan een schat aan informatie opleveren op basis waarvan de ELO misschien verbeterd kan worden of een keuze gemaakt kan worden voor het gebruik van tools buiten de ELO om.
Handleiding voor leerlingen
Het is niet mogelijk hier een handleiding te zetten voor het gebruik van ELO’s omdat er veel verschillende ELO’s zijn, die ook weer per school verschillend ingericht worden. Wel hebben we een overzicht van de web 2.0-mogelijkheden van de meest bekende ELO’s in het VO. Deze overzichten zijn, met uitzondering van het overzicht van Moodle, door de leveranciers zelf ingevuld:
Let op: elke school bepaalt zelf hoe hun ELO wordt ingericht en welke functionaliteiten daarin aangeboden worden. Het is dus mogelijk dat op jouw school de ELO niet dezelfde mogelijkheden heeft zoals ze hier door de leverancier zijn genoemd. Als je wel van die functionaliteit gebruik wilt maken, kan je op je eigen school navragen doen waarom de school die functionaliteit niet heeft toegevoegd. Wat betreft Moodle geldt dat daarvoor ongeveer 300 plugins beschikbaar zijn en dat integratie met google apps, zoals Google Docs, Forms, Chat en Skype, mogelijk is. Zie hiervoor de uitleg van Hans Hak en bekijk de plugin modules.
Opdrachten
- Neem een van bovenstaande overzichten van de web 2.0 mogelijkheden van ELO’s en onderzoek welke mogelijkheden de ELO op jouw school biedt. Geef hiervan een overzicht in je weblog
- Beschrijf bij elke web 2.0 tool binnen de ELO de voor- en nadelen van het gebruik van deze tool binnen de ELO ten opzichte van de in deze cursus besproken tool.
Verdiepingsoefeningen
- Biedt de ELO op jouw school nog andere mogelijkheden, buiten de hier genoemde tools? Welke zijn dat en hoe gebruik je die?
- Maak een lijstje van sterke punten van jullie ELO en van punten die verbeterd kunnen worden. Bespreek die met een collega en bedenk oplossingen voor de problemen. Doe ook eens navraag bij een andere school die met dezelfde ELO werkt: hoe hebben zij de door jou gesignaleerde problemen aangepakt?
Achtergrondinformatie/links
- Leeromgevingen in innovatieve scholen / SLO;
- Gebruik van de Elektronische Leeromgeving in het Voortgezet Onderwijs voor communicatie in leersituaties : onderzoek van Anita van Essen in opdracht van Ict op School;
- Keuzeproces van een elektronische leeromgeving : afstudeeronderzoek van Nienke de Vries (Toegepaste Communicatie Wetenschap Universiteit Twente);
- Een ict-ondersteunende leeromgeving voor beginnende geletterdheid : Marc van Harten.





