Casus 2: in de ELO

iDevice-pictogram Digitaal leermateriaal in de ELO
Op een school wordt gewerkt met een elektronische leeromgeving (ELO). Voor het vak Aardrijkskunde ontwikkelt docent Arthur, enthousiast als hij is, allerlei leermateriaal dat hij vervolgens in de ELO plaatst. Zo kunnen collegadocenten op school hiermee ook aan de slag. Het materiaal maakt hij in principe zelf, maar hij maakt wel veelvuldig gebruik van plaatjes en teksten van derden om zijn materiaal te illustreren of aan te vullen. Ook verwijst hij regelmatig naar andere websites en neemt de links hiervan op in zijn eigen materiaal. Dat werkt heel goed. Leerlingen kunnen zich thuis zo beter voorbereiden op de les, waardoor Arthur in zijn les veel gerichter met de leerlingen kan werken aan vragen en discussie over het lesmateriaal. Maar moet hij hiervoor eigenlijk niet ook iets regelen, als het gaat om de rechten op de plaatjes, teksten en websites die hij van anderen gebruikt?

 

Antwoordmogelijkheden:

  1. Ja, want….
  2. Nee, want….
  3. Dat hangt ervan af, want…

Welke antwoord vind jij het best passen? Noteer in je werkboek bij casus 2 minimaal 3 argumenten en vergelijk deze daarna met de feedback in het programma. Zat je op het juiste spoor? Waarom wel of juist niet?